Utrecht, dertien december 2005
Ter nagedachtenis aan Wouter Nass, 1971-2005
Dag Gerard,
Een jaar geleden ben ik ook aan een brief aan jou begonnen. Ik was toen psychotisch – als gevolg van de loop der gebeurtenissen dan wel door overmatig drugsgebruik – en psychotici worden gekenmerkt door het onvermogen om hun gedachten af te remmen. Na acht pagina’s geijl en geratel moest ik constateren dat ik die brief niet aan jou maar aan mezelf schreef – en ik borg de handel op.
Ik heb jou – en met jou een goede handvol andere vrienden – niet zozeer verwaarloosd als wel gemeden. Daar had ik een best wel elegante psychologische verklaring voor, die ik jarenlang voor waar heb gehouden. Die psychobabble zal ik je besparen – niet alleen uit angst om je te vervelen, maar omdat vorige week mijn wereld- en zelfbeeld binnenstebuiten zijn gekeerd en al mijn persoonlijkheids- en gedragskenmerken in een volstrekt nieuw, onverwacht en alles verklarend licht zijn komen te staan. Ik sta uiterst sceptisch – zeg maar cynisch – tegenover mijn ziektebeelden en diagnoses en wijt alles gewoonlijk aan mijn zwakheid van karakter – tot vorige week. Ik weet opeens waarom ik zo nerveus stotter, waarom ik steeds meer mensen verwaarloos, waarom ik me steeds meer terugtrek in een solitair en zo monotoon mogelijk bestaan, waarom ik ’s morgens niet kan opstaan, waarom ik vrij weinig succes in de liefde ken, waarom ik zoveel dope gebruik – alle mysteries van mijn leven zijn opeens opgehelderd. Je gaat dit niet geloven – tenminste, toen mijn sociaal-psychiatrisch verpleegkundige er enkele maanden geleden een balletje over opgooide, wist ik
zeker dat de beste jongen
volstrekt incompetent was,
if you believe that, you’ll believe anything – maar nee, hij heeft niets minder gedaan dan mijn leven redden. Hou je vast.
Ik ben autistisch.
No shit.Ik ontving het bericht ronduit onverschillig – geen sprake van dat ik het serieus zou nemen – maar ik ben de laatste dagen bijkans verzopen in openbaringen. De hoeveelheid steenhard bewijsmateriaal is verpletterend. Bijvoorbeeld de Vraag die mijn kindertijd verziekt heeft – iedereen leek iets te weten dat zó fundamenteel en vanzelfsprekend was dat ze het die sukkel van een Moritz écht niet gingen vertellen – en die ik nooit heb kunnen beantwoorden, is opgelost. Want
inderdaad, uit het diagnostisch rapport blijkt dat ik twee doodsimpele dingen niet kan – nonverbale communicatie op waarde schatten en reacties anticiperen en evalueren. Ik zal er niet veel verder over uitwijden, maar de verklarende kracht van de diagnose – PDD-NOS,
Pervasive Developmental Disorder Not Otherwise Specified, een restcategorie van atypische autisten – is totaal. In één beweging is tevens zonneklaar geworden dat ik als gevolg van PDD – wat somatisch te herleiden is op een neurologisch defect in de frontale kwabben, als ik het me juist herinner, zal wel niet – een vette aandachtsstoornis heb ontwikkeld en knetterobsessief alsmede zeer narcistisch ben geworden. Ik ben onderhand zó gek dat je gerust mag zeggen dat ik met één been in een waanwereld sta waar een glimlach de ouverture tot een karaktermoord vormt en een hartelijke handdruk een ongewenste intimiteit is.
Kort en goed – ik chargeer niet – ik kan me na 33 jaar eindelijk bevrijden uit een kerker van haat, schuldgevoel, schaamte, vervreemding en desoriëntatie waartoe de niet aflatende conformiteitsdruk van de normaliteit me had veroordeeld.
Mijn leven kan beginnen. Dat werd hoog tijd, want de laatste twee jaar vertoon ik steeds duidelijker tekenen dat ik het opgeef met mezelf – en,
ungelogen, ik betwijfel ten sterkste of ik de veertig zou hebben gehaald gezien de acceleratie waarin de neerwaartse spiraal terecht was gekomen. Goddank, ik ben knap abnormaal en gestoord en misschien wel gek – en vanaf nu wil ik dat weten, want anders stik ik.
Het doel van deze brief – ik wil het contact tussen ons herstellen, omdat jij een verstandig, intelligent en vriendelijk mens bent. Ik heb je verwaarloosd, heb onversneden leugens verkocht over het waarom, en dat spijt me. De waarheid is dat onze vriendschap simpelweg het slachtoffer is geworden van mijn groeiende neiging om me af te zonderen – dat
doen wij autisten nou eenmaal als we het niet meer trekken. Dat is alles.
Ik hoop dat jij eveneens in hernieuwd contact bent geïnteresseerd, en ik zie er naar uit om bij te praten. Ik zal je over een paar dagen bellen om je antwoord te vernemen. Mocht je het ondanks deze brief toch gewoon hebben gehad met mij, dan zal ik dat erg jammer vinden, maar niettemin wel begrijpen.
Ik spreek je,
Moritz
Bijlage 1
Ik ben high en heb zin om nog wat flauwe grappen te maken.
PDD wordt, heb ik gehoord (goddomme ik weet sinds vanavond niet zeker meer of ik dat toevallig niet gedróómd heb), zelfs door de arbeidspolitie (het CWI) zonder omwegen erkend als een ernstige handicap.
Vet!! Dat ga ik zo royaal mogelijk uitbuiten –
the world owes me. Ik kan de rest van mijn leven elke baan afwimpelen die mijn luimen niet helemaal behaagt – man, ik ben autistisch! Passende arbeid is in elk geval werk zonder collega’s – nachtwaker is de meest relaxte baan die ik ooit heb gehad, ik kwam zelfs ervoor op tijd! (ben vorig jaar eruitgekeild bij de radio wegens een oncorrigeerbare te ruime interpretatie van de aanvangstijden – dat is nu al de derde keer).
Waar had ik het nu over willen hebben – oh ja. Ik ga de zaken zodanig manipuleren dat ik zeeën van tijd heb om te schaken – mijn
core business van de laatste jaren – en te schrijven. Mijn cv is gedevalueerd tot dat van een gesjeesde havist – eeuwig gestudeerd, geflopt als wetenschapper, congé bij de radio zonder gunstige referentie, anderhalf jaar ziek (“U heeft zich om gezondheidsredenen tijdelijk teruggetrokken uit het arbeidsproces?” “Ja, ik ben obsessief-compulsief, psychotisch, autistisch, heb een aandachtstekortstoornis zo geen ADHD en het woord bipolair is ook wel eens gevallen.” “U hoort van ons” – twee middelvingers en de Hitlergroet aan het arbeidsproces). Een conventionele carrière zoals mijn studiegenoten – vakbond, wetenschap, commercieel onderzoek, beleidsondersteuning – kan ik gevoeglijk vergeten. Opgeruimd staat netjes. Er is één ding waar ik in ieder geval niet beschamend slecht in ben en dat is schrijven. Deze kerel wordt schrijver – ik denk dat ik goed genoeg kan worden om gepubliceerd te worden – al was het maar omdat dat schaken met die aandachtstekortstoornis toch nooit wat wordt (bij toernooien eindig ik godverdomme
altijd achterin de zaal tussen de andere prutsers en het komt
altijd doordat ik twee of drie partijen verkankerd heb door een schokkende blunder tijdens een moment van verflauwing). Punt is – afgezien van een spionageverhaal in de schoolkrant toen ik iets van acht was, heb ik nog nooit een afgerond stuk proza voortgebracht. Mede ter oefening schrijf ik daarom momenteel een verhalenbundel voor de veertigste trouwdag van mijn ouders. Het verhaal voor mijn pa is een zevenluik van scènes naar analogie met de zeven werken van barmhartigheid zoals wij katholieken die kennen – 1. de hongerigen voeden, 2. de dorstigen laven, 3. de vreemdelingen herbergen, 4. de naakten kleden, 5. de zieken bezoeken, 6. de gevangenen bezoeken, 7. de doden begraven (vgl. Matt. 25:35 ev.). Elk fragment eh... werpt een ander licht op m’n pa, zoiets, ja. Bijgaand een vroege versie van het derde deel. Ik wil weten wat je ervan vindt – en harde noten worden gehoord. M’n zus en d’r vent vonden het fantastisch, een vriend vertelde me vanmiddag diplomatiek dat het kloten van de bok is, Jaap-met-de-meestertitel kon het domweg niet lezen, en ik zelf vind het best wel goed – het is in ieder geval met bloed geschreven. Goed mogelijk trouwens dat ik deze brief in die bundel opneem,
coming to think of it – ik treed niet in detail over jouw privézaken, toch? (ik hoorde trouwens per
Buschfunk iets over een recente vlam?) Hah, misschien dat ik een stuk van mijn diagnostisch rapport als bijlage toevoeg – man, ik ben in staat om op een zomermiddag mijn broek te laten zakken op een bomvol Ledig Erf – of een songtekst van Eminem, die ik briljant vind, alleen jammer van die homohaat
(“My life’s like my wife’s like / fucked up, after I beat her fuckin’ ass every night”).
Okee. Oh, voor ik het vergeet – de chronische identiteitscrisis waarover het rapport spreekt heb ik niet zo lang geleden proberen op te lossen met stoer gedoe – erg pijnlijk, ja. Wat ik wil zeggen – jij hebt ongeveer mijn postuur en ik heb een zwaar donkerbruin leren jack dat in ongenade is gevallen. Hebben? Grateloos.
Ik weet niet wat je van deze brief vindt – ik maak me zorgen. Nou ja – er is één ambitie die ik naast schrijven nog over heb, en dat is een vrije geest worden, met verontschuldigingen voor de theatrale uitdrukking. Sinds vorige week weet ik zeker dat alleen een vroegtijdig overlijden me daarvan af kan houden. Ik heb me aan de terreur ontworsteld. Ik ben vrij.
Mazzel,
Moritz
Raar. Ik ben voor het eerst van mijn leven bang om dood te gaan.